Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gelukkigen, bijna al te krassen zwaai van mijn arm vloog de bijl in de hoogte en ging al hooger en hooger, tot zij eindelijk in de maan kwam. Hoe zou ik die nu terug krijgen? Met welke ladder op aarde

kon ik haar naar beneden halen?

Daar viel me gelukkig in, dat de Turksche boonen zeer gauw en tot eene verbazende hoogte opgroeien. Dadelijk plantte ik dus zulk een boon, en daar deze in Turkije veel sneller groeien dan in andere landen, ging 't plantje met zulk een vaart de hoogte in, dat het zich weldra om de maan slingerde. Nu klauterde ik langs de ranken heel eenvoudig naar de maan, waar ik ook gelukkig aanlandde. — 't Was een vrij lastig werkje om mijn zilveren bijl weêr te vinden op een plaats, waar alle dingen eveneens als zilver glinsterden. Echter vond ik haar toch op een hoop stroo.

Nu wilde ik weêr naar beneden, maar ongelukkigerwijze had de zonnehitte intusschen mijn boonen verdroogd, zoodat het mij onmogelijk was daarlangs naar beneden te komen. Wat nu te doen? — Ik vlocht me een touw van 't stroo, zoo lang ik het maar maken kon. Dit maakte ik aan de maan vast en liet me daarlangs naar beneden glijden. Met de rechterhand hield ik me vast en in de linker zwaaide ik mijn bijl. Als ik nu een eindje naar beneden gegleden was, hakte ik steeds 't overtollige eind boven mij af en knoopte dat onder weer aan, zoodat ik op die wijze tamelijk ver naar beneden kwam. Dit herhaald doorhakken en vastknoopen maakte echter het touw evenmin beter als het mij geheel beneden op t landgoed van den sultan bracht.

Ik zal omtrent nog een paar mijl van de aarde verwijderd in de wolken gehangen hebben, toen mijn touw op eenmaal brak en ik met zulk eene snelheid op den grond neerplofte, dat ik er geheel bedwelmd van was. Door het gewicht van mijn lichaam, dat van zulk een hoogte neerkwam, maakte ik een gat in den grond dat wel negen el diep was. Ik kwam eindelijk weer tot mijzelven,

Sluiten