Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

doch wist niet, hoe ik er uit zou komen. Wat doet echter de nood niet! Ik groef met mijne nagels, die buitengemeen lang en sterk waren, eene soort van trap en kwam zoo gelukkig weer boven water.

Qij vraagt mij wat ik in de maan zag. Beneden mij lag de aarde met al hare steden, rivieren, bergen en boomen in licht en schaduw — en 't zag er heerlijk uit.

In de maan zag ik groote figuren, die op gieren reden en die ieder drie hoofden hadden. Om u een begrip van de grootte dezer vogels te geven, moet gij weten, dat ieder hunner vleugels zoo breed en zesmaal zoo lang is als het langste touw van ons schip. In plaats van nu te paard te rijden zooals wij, vliegen de maanbewoners op deze vogels rond.

De koning was juist in oorlog met de zon en bood mij eene plaats in zijn leger aan, doch ik bedankte voor de onderscheiding. Alles is in die wereld buitengemeen groot; zoo is b. v. eene gewone vlieg veel grooter dan een onzer schapen. De beste wapenen, waarvan zich de maanbewoners in den oorlog bedienen, zijn radijzen, die als werptuigen gebruikt worden en die een ieder, die er door gekwetst wordt, onmiddellijk dooden. Hunne schilden zijn van vilt gemaakt en als er geen radijzen zijn, vervangen zij die door aspersies.

Ik zag hier ook eenige bewoners van de hondster, die de handelsgeest tot dergelijke strooptochten verleidt. Deze hebben een gezicht als groote bullebijters. Hunne oogen staan aan weerszijden van den top of liever van het benedengedeelte van hun neus. Zij hadden geene oogleden, maar bedekten hunne oogen met het einde van hun tong als zij gaan slapen; gemeenlijk zijn zij twintig voet lang.

Van de maanbewoners echter is er geen beneden de zes-endertig voet. Zij heeten geen menschen, maar kokende schepselen,

Sluiten