Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De rest van 't schaap wierpen wij in zee. De ballon was zóó beschadigd door mijn schot, dat hij geheel en al onbruikbaar bleef.

De Groote Heer, aan wien ik door de Russische en Fransche gezanten voorgesteld was, bediende zich van mij om eene zaak van groot gewicht te Caïro in orde te brengen, welke van zoodanigen aard was, dat zij altijd geheim moet blijven.

Ik reisde met groot gevolg over land. Toen ik mijne zaken afgedaan had, ontsloeg ik al mijne bedienden en keerde alleen terug. Het weder was prachtig en de heerlijke rivier de Nijl was boven alle beschrijving verrukkelijk, kortom, alles verlokte mij om met eene boot naar Alexandrië te varen.

Op den derden dag begon de rivier ontzaglijk te rijzen en den volgenden dag was het gansche land links en rechts vele mijlen ver overstroomd. Op den vijfden dag na zonsondergang verwarde zich mijne boot op eenmaal in iets, dat ik voor biezen en struikgewas hield. Zoodra het echter den volgenden morgen helder werd, vond ik mij overal door amandelen omgeven, die volkomen rijp en voortreffelijk waren. Toen wij 't schietlood uitwierpen, bevonden wij dat wij ten minste zestig voet van den grond waren en voor- noch achterwaarts konden. Tegen omstreeks acht of negen uur, zooveel als ik uit den stand der zon kon afleiden, zette de wind plotseling op, zoodat onze boot naar ééne zijde overhelde. Hierdoor werd zij met water gevuld en zag ik er niets meer van. Gelukkig redden wij allen ons zeiven (zes man en twee jongens) door ons aan de boomen vast te houden, wier takken ons gewicht konden dragen, doch niet dat van de boot. In dezen toestand verkeerden wij zes weken en drie dagen en leefden alleen van amandelen. Aan water ontbrak het ons natuurlijk niet.

Op den twee-en-veertigsten dag van ons ongeluk viel het water even snel als het gerezen was en op den zes-en-veertigsten kon-

Sluiten