Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

den wij weder den voet op den vasten wal zetten. Onze boot was 't eerste voorwerp dat we zagen omtrent tweehonderd el van de plek, waar zij gezonken was. Na al het noodige in de zon gedroogd en ons voorzien te hebben uit onzen scheepsvoorraad, trachtten wij ons verloren terrein weder te winnen en bevonden, na nauwkeurige berekening, dat wij over de 150 mijl ver over tuinmuren en heiningen heengedreven waren.

Na een zeer vermoeienden tocht te voet, bereikten wij in vier dagen de rivier, die nu weder binnen hare oevers stroomde, en vertelden onze avonturen aan een Bey, die ons liefderijk te hulp kwam en ons in eene van zijn eigen booten verder zond. In zes dagen kwamen wij te Alexandrië aan, waar wij ons naar Constantinopel inscheepten.

Spoedig daarop werd de vrede tusschen Turkije en Rusland gesloten en werden de gevangenen uitgewisseld. Ik kreeg dus mijne vrijheid weder en verliet den Grooten Heer met leedwezen, onder belofte van zoo spoedig mogelijk Zijne Majesteit weder eens te komen opzoeken.

Er heerschte toenmaals in geheel Europa zulk een buitengewoon strenge winter, dat de zon wel niet bevroor, maar er toch een aardig tikje van weg kreeg, zoodat ze er nog jaren lang de gevolgen van ondervonden heeft. Ik ondervond dus op de terugreis naar mijn vaderland veel meer ongemakken dan mij op mijne heenreis naar Rusland weervaren waren.

Ik moest, daar mijn paard in Turkije gebleven was, met den postwagen reizen. Toen het nu gebeurde, dat wij aan een hollen weg tusschen hooge damheggen kwamen, verzocht ik den postiljon met zijn hoorn een teeken te geven, opdat we in dezen engen pas niet tegen een ander rijtuig, dat van de tegenovergestelde zijde kwam, zouden aanrijden. De postiljon zette de paarden aan en blies uit alle macht op zijn hoorn, maar al zijne pogingen

Sluiten