Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zij overleefde deze nieuwe methode dan ook slechts zeven en een half jaar.

Mijn vader, die vóór mij de onmiddellijke bezitter van den slinger was, vertelde er mij de volgende anecdote van.

Hij wandelde eens aan de zeekust te Harwich met dezen slinger in zijn zak. Plotseling kwam er een grimmig zeepaard in de grootste woede op hem af. Hij aarzelde een oogenblik, greep toen zijn slinger, liep een honderd meter terug, pakte een paar kiezelsteenen, zooals er zoo velen onder zijn voet lagen, en slingerde die zoo juist tegen het dier, dat hij met eiken steen een oog van het monster uitwierp. Vervolgens ging hij op zijn rug zitten en dreef het in zee; van 't oogenblik dat het 't gezicht verloor, verliet het dier ook zijne wildheid en werd het zoo tam mogelijk. De slinger diende als toom in zijn bek, en nu reed het met de grootste gemakkelijkheid over den oceaan. In minder dan drie uur kwamen zij beiden aan de overzij, hetgeen toch een afstand was van omtrent twintig mijl. De kastelein uit „De drie glaasjes" te Hellevoetsluis kocht het zeepaard voor zevenhonderd dukaten om het te laten zien; den volgenden dag deed mijn vader weder den overtocht naar Harwich.

Mijn vader maakte bij dezen overtocht tal van merkwaardige opmerkingen, die ik later zal meedeelen.

Ik was eens in groot gevaar om op eene allerzonderlingste wijze in de Middellandsche Zee 't leven te verliezen. Ik baadde in die heerlijke zee nabij Marseille, op een zomernamiddag, toen ik een zeer grooten visch bespeurde, die mij met opengesperden bek naderde; er was geen tijd te verliezen, doch hem ontloopen kon ik niet.

Ik maakte onmiddellijk mij zeiven zoo klein van omvang doenlijk, door mijne voeten en handen zoo dicht mogelijk aan 't lijf te houden, in welke houding ik dadelijk tusschen zijne kaken door in zijn maag terecht kwam, waar ik eenigen tijd in

Sluiten