Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

berekenen kon, had ik omtrent vier-en-een-half uur in de maag van het dier gezeten.

Kort na mijn terugkeer te Marseille ondernam ik een tocht naar de Noordelijke Staten van Barbarije, voorzien van een firman van den Sultan, die mijne veiligheid verzekerde, en hier verkreeg ik twee mijner hoogst geschatte bezittingen.

Toen wij, ik en mijn gevolg, op zekeren dag door eene heuvelachtige streek reden, bespeurde ik een zeer nietig, mager man, die regelrecht met groote snelheid op ons afkwam, alhoewel hij aan eiken voet een massa gewicht van minstens vijftig pond had vastgemaakt. Vol verbazing riep ik hem aan en vroeg: „Waar ga-je zoo snel heen, vriend, en waarom heb je die gewichten aan je enkels hangen?"

,,Ik heb een half uur geleden Caïro verlaten," antwoordde hij mij. „Ik was bediende bij een grootvorst, die mij ontslagen heeft. Daar ik nu niet langer de snelheid noodig heb, waarmede de natuur mij begiftigd heeft, matig ik die door middel van deze gewichten; want als men een matig gebruik van de dingen maakt, duren zij langer, naar men zegt."

Ik was ingenomen met dezen jongman en vroeg hem, of hij bij mij in dienst wilde treden. Dit nam hij aan. Wij trokken verder en vonden een grooten boerenjongen op den grond liggen, met zijn oor tegen de aarde, alsof hij luisterde.

„Wat voer-je uit, jongen?" vroeg ik.

„Ik hoor het gras groeien," antwoordde hij.

„En kan-je dat hooren?"

„Zeker, dat is zoo moeilijk niet, als je maar weet hoe je luisteren moet."

„Kom dan in mijn dienst, ventje, want ik zal een fijn gehoor best kunnen gebruiken."

De jongen stond op en volgde mij; ik behield beiden in mijn dienst.

Sluiten