Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

met zee-vruchten, zooals kreeften, oesters, mosselen, slakken enz., waarvan enkelen een wagenvracht vormden en niet één minder gewicht had dan een lastdrager sleepen kon. Alles wat van dien aard op 't strand geworpen en op onze markten verkocht wordt, is ellendige afval, dat het water van de takken afrukt, zoo ongeveer als 't akelige, slechte fruit, dat de wind van de boomen jaagt. De kreeften-boomen schenen het volst te zitten, maar de krabben- en oesterboomen waren het grootst. De zeeslak is eene soort van struik, die aan den voet der oesterboomen staat, en zich evenals klimop aan den eik daaromheen slingert.

„Ook zag ik de uitwerking van een vergaan schip, dat verbrijzeld was door tegen eene rots of berg te slaan en waarvan de top slechts drie vadem onder de oppervlakte van 't water was. Hierdoor viel het op een grooten kreeften-boom en stiet verscheidene kreeften af. Daar dit nu in de lente gebeurde, toen de kreeften nog vrij jong waren, en velen hunner door de hevigheid van den schok er afvielen, kwamen zij op een daaronder staanden krabben-boom terecht; zij vereenigden zich nu met de krabben en brachten een visch te voorschijn, die op beiden gelijkt. Ik trachtte er een mee te brengen, maar het was te lastig en mijn Pegasus scheen ook weinig lust te hebben om stil te houden; overigens was ik toen minstens vijfhonderd vadem onder den waterspiegel en begon mij 't gebrek aan lucht te hinderen, zoodat ik ook weinig lust had om den tijd nog te rekken. Bovendien was mijn toestand ook in andere opzichten vrij onaangenaam. Ik ontmoette menigen grooten visch, die, naar den open bek te oordeelen, niet alleen in staat, maar ook begeerig scheen om ons beiden te verslinden. Nu was mijn Rossinante blind en, behalve andere moeilijkheden, had ik mij ook tegen de aanvallen dezer hongerige dieren te wapenen.

„Toen wij nabij de Hollandsche kust waren en het water boven

Sluiten