Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

NEGENTIENDE HOOFDSTUK.

Avonturen op een ijsberg.

Toen ik te New-York was, scheepte ik mij op een groot zeilschip naar Engeland in. Het weder werd echter zeer ruw en ongunstig, zoodat wij heel ver buiten onzen koers gedreven werden, tot wij eindelijk aan de kust van Guinea terecht kwamen. Tot onze verwondering ontdekten wij daar een grooten heuvel, die ons van glas scheen te zijn en in de open zee naar ons toedreef. De zonnestralen werden daarop zoo schitterend weerkaatst, dat het ons heel moeilijk viel onzen blik op dat wonder gevestigd te houden. Ik begreep dadelijk, dat 't een ijsberg was en hoewel wij in een warm klimaat waren, besloten wij alles in 't werk te stellen om het ontzettend gevaar te ontvluchten.

Dit beproefden wij; doch te vergeefs, want omstreeks tegen elf uur 's avonds, bij volslagen duisternis, stieten wij op het eiland. Niets evenaarde de verwarring, schrik en wanhoop der bemanning, totdat ik, in de overtuiging dat er geen oogenblik verloren mocht worden, hun moed begon in te spreken en hen smeekte, de handen uit de mouwen te steken en te doen wat ik verzoeken zou. Binnen weinige minuten was het schip half met water volgeloopen en het ontzaglijk ijskasteel, dat ons van alle kanten scheen in te sluiten en op sommige punten met groote

Sluiten