Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

brandende zand, maar niet zonder groot gevaar, daar de hitte zeer hevig was en op onze reis toenam. Dergelijke zandstormen overvielen ons herhaaldelijk, maar door telkens dezelfde voorzorgen te gebruiken, bleven wij voor alle onheil gespaard.

Nadat wij meer dan negenduizend mijl over deze ongastvrije vlakte hadden afgelegd, steeds blootgesteld aan de loodrechte stralen eener brandende zon, zonder eenig beekje te ontmoeten of een verfrisschende regenbui te krijgen, werden wij ten laatste letterlijk wanhopend, totdat wij, tot onze onuitsprekelijke vreugde, op grooten afstand eenige bergen ontdekten, en al naderende bespeurden, dat zij met groen en wouden bedekt waren.

Niets scheen ons romantischer en schooner toe dan de rotsen en afgronden met bloemen en gewassen van allerlei aard begroeid, en palmboomen van zulk eene reusachtige grootte als ik nog nimmer in Europa gezien had. Vruchten van allerlei soort groeiden er in den grootsten overvloed, antilopen, schapen en buffels vulden in groote menigte de valleien. In de boomen zongen vogels, en alles sprak van vreugde en geluk.

Allengs naderden wij een dicht woud van groote Afrikaansche boomen, waartusschen een stroompje kabbelde. Een kort, dik, verbruind man, veel op een Portugees gelijkende, stond aan de eene zijde der rivier, met het eind van een sterk touw om zijn lichaam en van voren vastgebonden. Tot mijne groote verbazing zag ik dat het touw het geheele bosch omvatte.

„Wat voer-je daar uit, vriend?" vroeg ik.

„Ik kwam wat hout hakken om te bouwen," antwoordde hij, „maar ik heb mijn bijl thuis laten liggen; nu beproef ik zoo goed ik kan de boomen zonder dat om te krijgen."

Terwijl hij dit zei gaf hij een vreeselijken ruk, zoodat het geheele woud omviel. Gij begrijpt, dat ik mijn tocht eer gestaakt zou hebben, dan zoo'n onwaardeerbaar man in 't hart van

Sluiten