Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ring zijner hovelingen opwekte, en behandelde ons zoo beleefd en vriendelijk mogelijk, en beschouwde ons als wezens van verheven aard, voor wier meening hij den grootsten eerbied koesterde. Hij vroeg mij herhaaldelijk naar de Staten van Europa en het koninkrijk van Groot-Brittannië, en was opgetogen van bewondering over de beschrijving die ik hem gaf van de vloot en den onmetelijken oceaan. Zijne Majesteit was de laatste van zijn koninklijk geslacht en, met de algemeene goedkeuring van het volk, benoemde hij mij tot zijn opvolger. De adel en hoofden des lands overlaadden mij met verzoekschriften om toch de Regeering te aanvaarden. Ik raadpleegde mijne vrienden en medereizigers, en na velerlei gedachtenwisseling werd bepaald, dat ik de Regeering zou aanvaarden, niet als onafhankelijk vorst, maar als onderkoning van Zijn Majesteit den Koning van Engeland.

Nu dacht ik, dat de tijd gekomen was om de gewoonte om rauw vleesch te eten en kava te drinken, af te schaffen, en nam alle middelen te baat om de meerderheid des volks daarvan terug te houden. Tot mijne verbazing werd dit door de natie niet goed opgenomen, en met leede oogen zagen zij op de vreemdelingen neêr, die zulke nieuwigheden bij hen zochten in te voeren.

Niettemin deed het mij leed, dat mijn mede-menschen tot zulke barbaarschheden in staat waren. Ik deed alles wat ik kon om hen tot andere gedachten te brengen. Ik berispte hen niet streng, maar ik noodigde herhaaldelijk wel duizend van hen ten eten, naar Europeesche wijze, op gebraden vleesch. Doch het was alles te vergeefs. Zij mompelden onder elkander, spraken over mijne plannen, mijne eerzuchtige inzichten, alsof ik er eenige persoonlijke beweegreden bij had kunnen hebben om hen liever als menschen te doen leven, dan als krokodillen en tijgers. Toen ik ten slotte bespeurde, dat ik het met vriendelijkheid niet winnen

Sluiten