Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

mijne verbintenis niet nakom, kan Uwe Majesteit mij 't hoofd laten afslaan — en dat is geen pompoen. Wat zet u nu daartegen?"

"Ik neem je weddenschap aan," zei de Sultan. „Als de wijn niet hier is op slag van vier uur, laat ik je zonder mededoogen 't hoofd afslaan; want ik ben niet gewoon om zelfs mijne beste vrienden een loopje met mij te laten nemen. Vervult gij uwe belofte, dan zal ik van mijnen kant u zooveel goud, zilver, juweelen en edelgesteenten uit mijne schatkamer geven als de sterkste man kan wegdragen."

Ik vroeg pen en inkt en schreef het volgend briefje aan de keizerinkoningin Maria Theresia:

„Uwe Majesteit heeft ongetwijfeld met het keizerrijk ook de wijnkelders van uwen hooggeëerden vader geërfd. Mag ik u verzoeken, brenger dezes een flesch Tokayer mede te geven, dien ik zoo dikwerf met wijlen den keizer gedronken heb? De beste als het u blieft, want het geldt eene weddenschap.

„Ik neem deze gelegenheid te baat om Uwe Majesteit van den diepsten eerbied te verzekeren, waarmee ik de eer heb te zijn enz. enz.

Baron Münchhausen."

Daar het reeds vijf minuten over drieën was, gaf ik dit briefje ongezegeld aan mijn vluggen looper, die onmiddellijk zijne gewichten nam en in volle vaart naar Weenen vertrok. Toen dit gedaan was, namen de Sultan en ik weer ons gemak en dronken ons fleschje uit, terwijl wij intusschen op die van Maria Theresia wachtten. Er verliep een kwartier uurs; 't sloeg half vier; t werd eindelijk kwart voor vieren. Ik beken dat ik een beetje onrustig begon te worden, vooral toen ik Zijne Majesteit nu en dan naar het schelkoord zag kijken, waarmee de beul ontboden werd.

Echter stond hij mij toe in den tuin te gaan om een luchtje te scheppen, begeleid door twee bedienden, die bevel kregen mij niet

Sluiten