Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

uit het oog te verliezen. Het was reeds eene minuut vóór vieren, en ik werd inderdaad wanhopend.

Daar dacht ik plotseling aan mijn knecht met het fijne gehoor en aan mijn ongeëvenaarden jager, wiens oogen telescopen waren. Onmiddellijk zond ik om hen. Toen zij er waren, ging mijn luisteraar op den grond liggen om te hooren of mijn koerier kwam. Tot mijn wanhoop zei hij dat hij hem mijlen ver hoorde aankomen. Nauwelijks had mijn brave jager dit gehoord, of hij liep naar een terras om beter te kunnen zien en riep toen:

,,'t Is waar! Ik zie den luien kerel; hij ligt onder een eik nabij Belgrado, met de flesch naast hem. Ik zal hem eens even wakker maken!"

Hij legde onmiddellijk aan en schoot zijn geweer juist in 't midden van het gebladerte van den boom af. Nu vielen er een aantal takken en blaren op den slaper. Uit vrees dat hij te lang gerust had, ijlde hij voorwaarts en wel met zulk een spoed, dat hij met de flesch Tokayer en een eigenhandig briefje van Maria Theresia een halve minuut voor vieren het vertrek van den Sultan binnentrad. De koninklijke lekkerbek greep onmiddellijk de flesch en begon die met het grootste genot te drinken.

„Münchhausen," zei hij, „je zult me verontschuldigen als ik deze flesch uitsluitend voor mij houd. Je hebt meer invloed dan ik te Weenen en kunt gemakkelijk eene andere krijgen."

Daarop sloot hij de flesch in zijn kastje, stak den sleutel in zijn zak en belde om den schatbewaarder.

„Nu moet ik mijn verloren weddenschap betalen," zeide hij, er bij voegende toen de schatbewaarder verscheen: „gij moogt mijn vriend Münchhausen uit mijne schatkamer zooveel goud, zilver, paarlen en edelsteenen laten nemen als de sterkste man kan dragen. Ga!"

De schatbewaarder boog voor den sultan, dat zijn neus den

Sluiten