Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

die zijn wijsvinger tegen zijn rechter neusgat hield. Zoodra hij onze verlegenheid bespeurde, want onze hoeden waren afgewaaid, onze paarden steigerden en twee ruiters waren er reeds van afgeworpen — kwam hij naar ons toe, nam zijn hoed af en boog eerbiedig, in de houding van een soldaat die zijn kolonel groet.

De wind ging onmiddellijk als bij tooverslag liggen, en de zeven molens stonden stil. Over deze omstandigheid verbaasd, die mij onnatuurlijk toescheen, riep ik den man toe:

„Hé, beste kerel! Heb-je den wind in je mond?"

„Vergeef mij den last dien ik u heb aangedaan," zei hij. „Ik stond een beetje te blazen voor mijn baas den molenaar, en uit vrees dat de wieken te snel zouden draaien, had ik één neusgat dicht gestopt."

„Nu," dacht ik bij mij zeiven, „dat is een bruikbare man. Die zou mij van groot nut kunnen zijn, als ik naar huis keer en het mij aan adem ontbreekt om de wonderlijke avonturen op mijne reizen te vertellen."

Wij sloten spoedig eene overeenkomst. De blazer verliet zijn molens en volgde mij. En nu bewees hij mij den allergewichtigsten dienst. Ik riep hem en wees op de Turksche oorlogsschepen.

„Wees niet ongerust, Excellentie," zeide hij. Hij plaatste zich aan den spiegel van ons schip op zulk eene wijze dat een zijner neusgaten naar de Turksche vloot gericht was, en het andere naar onze zeilen. Toen begon hij met zulk eene hevigheid te blazen, dat de schepen naar de haven teruggedreven werden met gebroken masten en touwwerk, terwijl ons schip veilig de Italiaansche kust bereikte.

Intusschen bracht het bezit van des sultans schatten mij weinig geluk aan; want ondanks de tegenovergestelde verzekeringen van den boekverkooper Jugemann uit Weimar, heerscht er verraad in Italië, en de politie is er zóó slecht, dat ik een groot deel van mijn eigendom in aalmoezen uitgaf. Het overschot werd mij in

Sluiten