Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ten slotte gelukte. Ik bevrijdde toen onmiddellijk mijne metgezellen en alhoewel zij reeds half geroosterd waren, bleef hun nog de kracht genoeg over om te loopen. Wij zochten dadelijk naar 't vel, dat van onze hoofden afgestroopt was, vonden dit en hechtten het er weer zoo goed mogelijk aan vast met behulp van eene soort van uitmuntende kleefstof, die uit een boom in dat land vloeit. Binnen eenige uren waren de deelen aan elkaar gehecht en geheeld. Daarop wreekten wij ons op de wilden en vermoordden hen met hun eigen wapens. Wij keerden toen naar ons reisgezelschap terug, dat ons reeds verloren waande en recht verheugd over onze terugkomst was.

Nu werd de reis door deze ontzaglijke wildernis, over tallooze moerassen, meren en rivieren voortgezet, totdat wij eindelijk eene woning ontdekten. Het scheen een donker en somber kasteel, omringd door sterke wallen en een breede gracht. Wij belegden een oorlogsraad, en er werd besloten, eene deputatie met een trompetter naar de wallen van het kasteel te zenden en den gouverneur eene vriendschappelijke ontvangst te verzoeken. Onze karavaan hield dus in 't bosch stand, terwijl de afgezanten, na hun verzoek kenbaar te hebben gemaakt, de ophaalbrug zagen vallen en men hen uitnoodigde binnen te komen. Zoodra zij de brug over waren, werd de poort onmiddellijk achter hen gesloten en zagen zij aan weerszijden rijen hellebaardiers, die hen deden beven van vrees.

„Wij komen," sprak de heraut luide, „uit naam van den vermaarden baron Münchhausen, eene vriendschappelijke ontvangst verzoeken van den machtigen gouverneur van dit kasteel."

„De hoogedelgestrenge gouverneur," antwoordde een officier, „acht zich te allen tijde gelukkig, de reizigers, die door deze onmetelijke woestijn reizen, te ontvangen en zal het als eene eer beschouwen dat de vermaarde baron Münchhausen zijn kasteel binnentreedt."

Sluiten