Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hij op mij toe. Ik zocht hem een slag toe te brengen, dien hij op zijn schild afweerde, zoodat mijn zwaard door midden brak. Toen hij mij ontwapend zag, drong hij voorwaarts, bracht mij heftige slagen toe, die ik met mijn schild en het gevest van mijn gebroken zwaard afweerde, en vocht als een haan.

Tegelijkertijd viel mij een ontzaglijke beer aan, maar ik stak toen mijne hand, die nog het gevest van mijn gebroken zwaard vasthield, in zijn keel en sneed zijn tong tot aan den wortel af. Toen greep ik het dier bij zijn achterpooten, en het over mijn hoofd slingerend, gaf ik Nareskin met zijn eigen beer zulk een slag, dat hij er van duizelde. Ik herhaalde dit, beukte den berenkop tegen Nareskin's hoofd, totdat bij een gelukkigen slag zijn hoofd tusschen de kaken van den beer geraakte; daar er nog leven in 't beest was, zette dit er zijne tanden als een notenkraker in. Ik wierp den beer van mij af, maar Nareskin was het ondoenlijk zijn hoofd uit den bek van het ondier te bevrijden. Hij smeekte dus om genade en ik schonk hem die.

Den volgenden dag zetten wij onze reis voort, vastbesloten om de Behringstraat over te steken. Het was eene nare reis, die ik niet licht vergeten zal. In Siberië vond ik vele mijner vroegere bekenden onder de ballingen, wier lijden zoo groot was dat ik het niet beschrijven kan, of men zou mij van overdrijving verdenken.

Wij jaagden op sabeldieren in deze streek, waarvan ik er omtrent honderdveertig schoot, met eigen hand het vel afstroopte en medenam.

Eindelijk kwamen we in de meer bewoonbare gedeelten van dit uitgestrekte rijk, en was ik niet rouwig nu eens te kunnen uitrusten van zoo vele vermoeienissen en avontuurlijke tochten.

Sluiten