Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

schouders meedroeg. Ik greep hem onmiddellijk om zijn nek, die breed genoeg was om mijn armen te vullen. De arend steeg het luchtruim in en begaf zich naar het Noord-Westen. Wij waren nog niet ver, toen een andere arend zich bij ons voegde, die mij met blijkbaar misnoegen bekeek, doch mij geen letsel deed. In dit gezelschap bracht mijn arend mij naar de ijs- en sneeuwstreken.

Spoedig was ik met mijn zetel zoo verzoend en werd ik zulk een ervaren rijder, dat ik op den rug van den arend zittende in 't rond dorst te zien; maar meestal lag ik om den nek van den arend, het dier met mijne armen omklemmende, en met mijne handen in de veeren om ze warm te houden.

Terwijl ik allerlei natuurwonderen opmerkte, kwam het'bij mij op, dat het nu eene goede gelegenheid was om den noord-westelijken doortocht te ontdekken, indien iets dergelijks althans bestond, en niet alleen de door het gouvernement uitgeloofde belooning te ontvangen, maar ook de eer eener ontdekking, waaraan voor alle Europeesche natiën zoo menig voordeel verbonden was. Maar terwijl mijne gedachten in deze aangename droomerij verdiept waren, werd ik plotseling verontrust, doordien de eerste arend zijn kop tegen een doorschijnend voorwerp stiet en een oogenblik daarna het dier dat mij droeg hetzelfde lot onderging, zoodat beiden voor dood neervielen.

Hier zou het stellig met ons leven gedaan zijn geweest, indien niet het besef van het gevaar en het zonderlinge van mijn toestand mij zoo schrander en vlug hadden doen handelen, dat wij omtrent twee mijl rechtstandig naar beneden vielen, met zoo weinig stoornis alsof men ons met een touw had neergelaten. Nauwelijks toch had ik bespeurd, dat de arenden tegen een bevroren wolk zouden komen, hetgeen nabij de Noordpool iets zeer gewoons is, of ik greep den rug van den eerste — want zij waren vlak naast elkaar — en hield zijn vleugels uitgestrekt, terwijl ik met mijne

Sluiten