Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

beenen de vleugels van den anderen uitgespreid hield. Dit had de vereischte uitwerking, en wij daalden nu behouden op een ijsberg neer, die naar mijne schatting omtrent drie mijl boven den waterspiegel lag. Ik steeg af, opende een der blazen, en gaf beide vogels wat van den inhoud, zonder er aan te denken dat alles tegen mij scheen samen te spannen om mijn ondergang te verzekeren. Het geloei der golven, het kraken van het ijs en het gehuil der beren — dit alles te zamen vormde een akelig tooneel; maar ondanks dit alles was mijne bezorgdheid om de arenden te redden zoo groot, dat ik ongevoelig bleef voor het gevaar dat mij dreigde. Toen ik hun alle hulp verschaft had die in mijn bereik was, stond ik in angstige onzekerheid over hen heengebogen, volkomen overtuigd dat ik alleen door hunne hulp uit dezen wanhopigen toestand kon bevrijd worden.

Doch plotseling begon een monsterachtige beer met een geweld alsof het donderde, te brullen. Ik keek om, en bespeurende dat het dier juist op 't punt was om mij te verslinden, sloeg ik zoo hard met de blaas vol geestrijk vocht, die ik in de hand had, dat zij barstte, en het vocht in de oogen van het dier vloog, zoodat het geheel van 't gezicht beroofd was. Dadelijk wendde het zich toen van mij, liep waggelend heen en viel weldra van een ijsafgrond in zee, waar ik hem niet meer zag.

Toen het gevaar voorbij was, vestigde ik mijne aandacht weer op de arenden, die terdege herstellende waren. Met groote inspanning trachtte ik hun hoofd naar het Zuid-Oosten te wenden; en om bij de eerste beweging kant en klaar te zijn, nam ik bij voorbaat plaats op den rug van mijn gevleugeld ros en dronk wat brandewijn uit een der blazen. Met opgeruimden geest begon ik eenige regels te zingen van een liedje, dat ik als kind geleerd had. Dit leven deed de arenden opzien, die zich plotseling in de lucht verhieven en, gelukkig voor mij, hun koers naar het Westen namen. Binnen weinige

Sluiten