Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

praten, tot hij eindelijk brutaalweg zei: „Welnu, als gij mij dan niet helpen wilt, dan zal ik mij zelf een weg banen tot de vrijheid en zal mijn vervolger wel weten te ontloopen."

„Meent ge dan de hand van God te kunnen ontloopen?" vroeg Anna; doch Markus luisterde niet. Toen zei de schout „En meent ge dan, dat ik mijn plicht niet ken als gerechtsdienaar? Van nu af aan zijt ge mijn gevangene en willens of onwillens zal ik u naar uw ouders terugbrengen."

Dat viel den jongen schriklijk tegen en hij begon op een heel anderen toon te praten, te smeekeo, te schreien; maar de schout had gemeend, wat hij zei, kende zijn plicht en ontbood een veldwachter, tot wien hij zei: „Nicolaas, hier is een jong mensch, die naar L. gebracht moet worden bij den raadsheer Androw. Pas op, dat hij u niet ontloopt. Mocht de jongeling niet verder kunnen loopen, dan neemt ge een rijtuig; hier is geld. Ik zal dadelijk een brief schrijven, dien ge meeneemt en ge moet op zijn allerlaatst morgenmiddag daar zijn." „En als ik nu niet wil?" zei Markus brutaal. „Dan neemt Nicolaas u bij den kraag en dwingt u en als ge niet loopen wilt tot het rijtuig, dan draagt hij u, of sleept u; ik geef hem verlof daartoe en ik heb het recht."

Zulke taal had Markus nooit gehoord en hij voelde eindelijk, dat hij machteloos was tegenover zulk een wil. Hij besloot dus zich te onderwerpen. Eerst gaf Anna hem nog een warm maal en toen begon de terugtocht. Eenigc uren lang ging hij zwijgend naast Nicolaas voort, ofschoon deze hem vriendlijk aan het praten zocht te brengen. Hij broedde in stilte

Sluiten