Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

een plan uit om te vluchten; maar de veldwachter had scherpe oogen en keek voortdurend naar hem. Eindelijk hoorde Markus een postwagen achter zich aankomen en zon op middelen om zijn plan uit te voeren. „Ik ben moe," zei hij heel vertrouwlijk; „zoudt ge niet zoo goed willen zijn daar even een stok voor mij te snijden, waarop ik leunen kan, tot wij ons nachtkwartier bereiken."

Nicolaas had geen argwaan en ging het bosch in om een stok te snijden, maar hield toch een wakend oogje op den jongen, die was gaan zitten aan den kant van den weg. Intusschen kwam de postwagen met vier paarden bespannen snel aanrijden en met een vluggen sprong wierp Markus er zich achter op. Zoodra Nicolaas dat merkte, begon hij te schreeuwen; maar de wagen ging zoo snel heuvelafwaarts en ratelde zoo, dat men hem niet hooren kon en dat hij bij geen mooglijkheid het rijtuig kon inhalen. Toch zette hij het op een loopen; doch zoodra Markus dit merkte, sprong hij aan een draai van den weg er weer af en vluchtte in het bosch, klom in een hoogen beuk, waar hij geheel voor het oog verborgen was. Daar bleef hij zitten, tot hij den vermoeiden Nicolaas, die eindelijk gemerkt had, dat de vogel verder gevlogen was, vertwijfeld op den weg had zien omkeeren. Toen kwam hij weer uit den boom, en zette zijn wandeling voort in de richting, waarin de postwagen gegaan was.

Sluiten