Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

eenige jagers uit, die den geheelen dag gejaagd hadden en even hadden uitgerust, maar nu naar huis wilden gaan. Eecige boeren stonden met fakkels gereed, hen te begeleiden. Markus had zich gaarne verscholen, maar dat was niet mooglijk in het helle fakkellicht. Op eens kwam een der jagers op hem toeloopen en riep: „Aha, daar is onze kleine vluchteling!" Het was niemand anders dan de opperhoutvester zelf. Markus moest nu dadelijk met hem mee gaan onder de goede zorgen van een der bedienden.

De ontvangst op het landhuis was dezen keer minder vriendlijk dan de eerste maal, hoewel dien avond niet meer over zijn vlucht gesproken werd. Eerst den volgenden morgen nam de Baron hem met zich in den tuin en vroeg heel minzaam de reden van zijn wegloopen van zijn ouders. Markus had nu geen reden meer iets te verbergen en vertelde openhartig zijn geschiedenis, natuurlijk al zijn eigen fouten verzwijgende. De Baron bemerkte zeer goed, dat, wat Markus ook misschien loog, er toch zeker geen groote genegenheid tusschen ouders en kind bestond en daarom maakte hij het plan, Markus een tijd lang bij zich te houden, omdat hij meende, dat dit de beste gelegenheid was den jongen weer naar zijn ouders te doen verlangen. Natuurlijk deed hij dat niet stilletjes, maar na met den raadsheer, diens vrouw en Markus zelf erover gesproken te hebben.

Markus begon zijn nieuwe loopbaan met enkel goede voornemens; hij ondervond echter al heel spoedig, dat goede voornemens opvatten en uitvoeren twee heel verschillende dingen zijn. In den aanvang ging alles goed en de onderwijzer der kinderen van

Sluiten