Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zich beter voorzien. Hij pakte eenig linnengoed en een paar broeken in zijn leeren boekentasch, de laatste vooral, daar hij bij ervaring wist, dat men bij het klimmen in boomen licht zijn beenbekleeding scheurt. Geld had hij weliswaar niet, maar hij bezat een klein, gouden horloge, dat hij van zijn grootvader geërfd had en dat wilde hij in geval van nood verkoopen. De omstreken had hij nu voldoende leeren kennen, en hij hoopte in het naburige Vorstendom veilig tegen de vervolging te zijn. Terwijl nu de familie druk in de weer was met de verzorging van den zieke en de dienstboden aan het werk waren, sloop hij door de achterdeur in den tuin, langs een heg, tot hij ver genoeg gegaan was om door de achterste tuindeur in het bosch te kunnen komen. Daar hij wel begreep, dat zijn vlucht niet lang onopgemerkt zou blijven, zoo haastte hij zich om zoo spoedig mooglijk over de grenzen te komen en liep zonder oponthoud voort tot aan den avond. Hij ging steeds in een rechte richting voorwaarts over akker en weide, sloot en greppel, door sneeuw en water. Geen heg of hek hinderde hem; hij kon klimmen en springen als de beste gymnast. Juist werd het donker, toen hij het eerste dorp over de grenzen bereikt had en behoefte kreeg aan een slaapplaats voor den nacht.

Eenige uren na zijn heengaan, vraagde de Baron naar hem om alleen en vertrouwlijk met hem te spreken. Men zocht den knaap in het geheele huis, maar hij was nergens te vinden. De Baron vermoedde dadelijk, dat hij ontvlucht was. Men onderzocht zijn kamer en vond zijn boekentasch niet. In den

Sluiten