Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

scheiden kon en dwaalde rechts in een aardappelveld, dat op de helling van den heuvel was aangelegd. Hij merkte wel, dat hij niet meer op den weg was; maar hij meende op geringen afstand den straatweg te zien en ging derhalve goedsmoeds vooruit. Plotseling ging het diep naar beneden en lag hij op den grond. Hij was over een acht voet hoogen muur heengevallen, die naast den straatweg stond. Zijn eerste gedachte was, of hij ook iets gebroken had. Hij stond op en merkte zijn rechtervoet verstuikt te hebben. Toen hij echter probeerde te loopen, kon hij nog voortkomen en hij sleepte zich dan ook onder veel pijn voort tot aan de eerste de beste herberg. Hij liet zich avondeten brengen en vertelde een en ander van een oom in een naburige stad, dien hij bezoeken wilde. Toen hij echter naar de slaapkamer wilde gaan, moest hij op den arm van den knecht leunen en den volgenden morgen was het been zoo gezwollen, dat een dokter moest gehaald worden. Acht dagen lang moest hij te bed blijven, wat zeer zeker een vervelend ding is, als men gezond van hart is en geen ander gezelschap heeft dan een paar boeken, waarvan men niet houdt. Hoe heerlijken tijd had hij gehad om berouw te krijgen, zich de lessen uit zijn kindsheid te herinneren en als een „Verloren Zoon" zijn vaders huis terug te wenschen; maar daaraan dacht hij niet. Hij bedacht alleen, hoe hij zou wegkomen en verder gaan op het breede pad.

Onder voorwendsel van eens naar de post te gaan zien, of er brieven voor hem waren aangekomen, maakte hij zijn eersten uitgang en zocht hij een horlogemaker op om zijn uurwerk te verkoopen. Dan

Sluiten