Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kermis weer een paardenspel en ook eigenaardig was de eigenaar van dat circus de bekende Brentide troep was een heel andere dan die van tien jaar geleden. — Brenti kennen wij ook uit het eerste hoofdstuk zoo wel als den kleinen negerknaap Cuff en ook weten we, dat Brenti soms wat al te veel van champagne hield.

Na kon het niet wel anders, of een jongen als Markus moest bijzonder veel schik hebben in de kunsten en grappen van zoo'n troep; hij was dan ook, zooals de menscben zeggen, er niet vandaan te slaan. Tien jaar geleden, toen hij vijf jaar was, had hij er al naar gekeken en van toen af had hij' zich eigenlijk al voortdurend geoefend om hen na te apen: vandaar voor een gedeelte zijn woestheid. Maar nu trok het spel hem zoodanig aan, dat hij voor zich besloot verder te gaan en zich bij de kunstenmakers aan te sluiten. Op een avond gaf hij voor hoofdpijn te hebben en vroeg naar bed te willen gaan; maar, toen alles in huis rustig was, sloop hij stil weg en ging een bezoek brengen aan den heer Brenti, die Cuff uit de kamer zond met bevel niemand toe te laten en aan Markus gelegenheid gaf zijn bezoek voor te dragen.

„Maar, beste jongen!" zei Brenti, „ge zijt al veel te oud; de lenigheid, die noodig is, krijgt men alleen, als men heel jong begint."

„O, wat dat aangaat," antwoordde Markus, „van mijn vijfde jaar af heb ik me al geoefend; kiik u maar eens!" en hij begon, zooveel de ruimte" het toeliet, zijn kunsten te vertoonen.

„Wel, dat kan nog terecht komen," meende

Sluiten