Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

stad wandelen, kwam aan een oud huis, dat mij heel bekend scheen, zoodat ik er gaarne zou binnengegaan zijn, maar het was gesloten. Het was mij, als was ik daar vroeger al eens geweest en als had ik er in dien vroegeren tijd ook dikwijls een bezoek gebracht. Ook wist ik heel goed den weg daarvandaan hierheen, precies alsof ik vroeger eiken dag dien weg gegaan was. Ook hier in huis was ik dadelijk terecht; ik kende deze kamer en ik sta voor deze schilderij als voor iets, wat ik dikwijls gezien heb en toch weet ik niet, of het een droom is of werkelijkheid, waardoor ik mij alles herinner. Ja, wanneer u het niet kwalijk neemt, dan herinneren mij de gezichten, die ik hier zie, aan donkere beelden uit het verleden."

Het werd den raadsheer wonderbaar te moede; hij vroeg: „Hoe heet ge dan ?"

„Cuff."

„En kunt ge u niet den naam herinneren, dien ge vroeger gehad hebt? '

„Neen."

„Hadt ge ook broers en zusters?"

„Ik herinner mij twee kinderen, die vermoedelijk een broer en zusje van mij waren."

„Hoe heetten zij ?"

„Markus en Amelia, als ik mij niet vergis."

„En jij zelf heette Emile, is het niet?" riep Maarten, die zich niet meer kon inhouden.

Emile wendde zich snel om, alsof hem op eens een licht opging: „ja, inderdaad, zoo noemde men mij en een ouden Maarten was daar ook, juist zooals u, maar iets grooter."

Sluiten