Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tot haar man, „dat het hem hier beter bevalt dan bij dien troep hongerlijders."

De heer Androw echter antwoordde: „Het zou toch ten minste mooglijk zijn, dat het onze Emile was; en wat zou het voor een onbarmhartigheid zijn, wanneer we hem in dat heillooze leven wilden terugstooten ?"

Er werd besloten hem af te wasschen en te zien, of het moederhart dan niet luider zou spreken voor hem. Men bracht hem in de keuken, waar een waterkraan was en nauwlijks had Cufï hier rondgezien, of hij riep, terwijl juist mijnheer en mevrouw Androw wilden heengaan om de zaak over te laten aan den ouden Maarten: „Och, deze keuken ken ik ook, en ik herinner mij een groot vuur, dat op mij naar beneden viel!" Nu wist ieder in het huis wel, dat de kleine Emile, toen hij twee jaar oud was en Anna met hem in de keuken stond, door ontvlamde en overvloeiende boter, bezeerd was geworden en mevrouw Androw zei daarom dadelijk: „Als het litteeken aan uw linkerarm nog te zien is, dan wil ik gelooven, dat gij mijn lang vermiste Emile zijt." De ouders trokken zich nu in de kamer terug; Maarten wiesch met warm water en zeep vlijtig erop los, doch mocht, op streng bevel van den raadsheer, geen woord met Cuff spreken, wat hem zwaar genoeg viel. Toen Cuff geheel schoon gewasschen was, trok Maarten hem kleeren van Markus aan, die hem pasten, en bracht hem, ten volle overtuigd en bijna verstikkend, omdat hij niet spreken mocht, in de woonkamer.

„Ei, dat is inderdaad sprekend Markus," riep de raadsheer uit, „alleen niet zoo woest en wild!"

Sluiten