Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

heidswille. Toen echter Brenti eens zag, dat hij in dat boek las, nam hg het af en wierp het vloekend in den hoek met de woorden: „Waartoe dient het zulken ouden rommel te lezen!" Toen hij weg was, nam Emile het boek weer op en verborg het zorgvuldig. Van nu af aan las hij slechts erin, wanneer hij alleen was; daar hij echter toch vreesde, dat het boek hem te een of ander tijd zou worden afgenomen, nam hij zich voor, de liederen van buiten te leeren, dan konden zij hem ten minste niet ontnomen worden. Met zijn goed geheugen slaagde hij er ook in, in korten tijd de meeste van de liederen en wel die, waarin iets van den Hemel stond, zonder haperen te kunnen opzeggen; en de bezigheid, die hij daarin vond en waartoe hij zijn vrije uren gebruikte, was zijn eenige en liefste uitspanning. Toen hij tien jaar oud was, zond zijn meester hem eens naar een winkel om een paar haringen te halen. De koopman wikkelde ze voor hem in een groot blad papier, dat hij uit een half verbruikt boek scheurde. Emile was reeds nieuwsgierig naar hetgeen op het papier stond en toen hij de haringen had afgegeven en het blad schoon gemaakt, begon hij dadelijk te lezen, wat er op stond. Het was een gedeelte van het Nieuwe Testamenten er stond iets op van het Hemelrijk, namelijk de gelijkenis, die wij vinden in Mattheus XIII. Emile las met de grootste oplettendheid en het was voor hem alles zoo aantrekkelijk en belangrijk, dat hij den wensch niet onderdrukken kon, nog meer van het boek te bezitten, waartoe dat blad behoorde. Plotseling viel het hem in, dat de koopman nog meer van het boek had en spoorslags ijlde bij weer erheen en

Sluiten