Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ontwaakte. Men had hem in den beginne niets gezegd van het wegloopen van zijn broer en op zijn vragen daaromtrent ontwijkend geantwoord. Toen nu echter Maarten des middags terugkwam en over het vruchtelooze, hernieuwde onderzoek sprak, liet zich de waarheid niet meer verbergen. Emile was zeer bedroefd zijn broer te verliezen juist op den dag, dat hij hoop mocht hebben hem weer te zien na zoo lange scheiding. Op eens echter viel hem iets in. „Eergisteren avond," zei hij, „kwam een jongen van zoowat vijftien jaar en wilde den heer Brenti alleen spreken. Ik kreeg bevel, niemand in de kamer te laten en stond daarom in de voorkamer op wacht. Wat ze samen spraken, kon ik niet verstaan; maar toen hij wegging, zei de heer Brenti nog aan de deur: „Alzoo Vrijdagavond in hotel „In den Walvisch" te S." Zou dat misschien Markus geweest zijn ?"

„Om welken tijd was het dan T' vroeg de moeder.

„Te half negen," antwoordde Emile.

„Dan kan het Markus niet geweest zijn, die ging reeds te acht uur te bed, omdat hij pijn in het hoofd had," hernam de moeder.

„Vergis u niet," voerde de vader aan; „wanneer hij iets dergelijks in den zin had, zooals toch later gebleken is, dan is die hoofdpijn zeker maar een voorwendsel geweest om uit ons gezicht te komen.

Daarom werd een bode naar S. gezonden met volmacht om den vluchteling nog in tijds te pakken. Deze kwam Vrijdagmiddag aan en stapte af in een ander hötel, vermoedende, dat Markus, wanneer bij lont rook, niet zou komen.

Maar dezen keer was het ongeluk Markus gunstig

Sluiten