Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ijdele meisje schrikte, toen zij dit vernam: de wereldsche vermaken zouden nu juist beginnen en van hemelsche geneugten had ze noch gehoord, noch eenig denkbeeld. Weliswaar hadden de ouders den aard harer ziekte verzwegen; maar Emile had het zijn plicht gerekend haar te waarschuwen. „Lieve zuster," zei hij, „gij hoopt te genezen en onze ouders willen u die hoop laten; maar ik kan niet zien, dat ge in die dwaling voortleeft, terwijl uw ziel zoo weinig voor de eeuwigheid is voorbereid. Gij zult sterven en wel spoedig. Ik zal voor u bidden zonder ophouden, dat gij den vrede Gods deelachtig wordt; maar gij? O, wend u tot den Heiland, Die in de wereld kwam om zondaren zalig te maken: vraag Hem om vergeving van zonden, bid Hem om een nieuw hart; vraag en bid, eer het te laat is."

Vreeslijke toestand! Amelia sprak geen woord, ten laatste vroeg ze haar broeder te zorgen, dat gedurende eenige uren niemand aan haar bed kwam. Wat in deze uren in haar ziel omging, heeft ze nooit gezegd; maar toen haar moeder daarna bij haar kwam, was haar eerste woord: „Moeder, ik ben verloren! ik moet sterven en de hemel is voor mij gesloten als een muur van metaal." De moeder wilde haar troosten met de gewone praatjes van lieve, vriendlijke menschen, die denken, dat men den ernst des levens kan afschudden als een mantel; maar het hielp haar niet en de vader kwam op de gedachte een predikant te doen komen. Hij was niet thuis. Een ander wilde men niet later roepen om geen opzien te wekken. Intusschen werd het arme meisje hoe langer zoo angstiger. Zij riep

Sluiten