Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Dat was toch wel heerlijk en vroolijk sloeg ze haar armen om haar moeders hals en kuste haar zóó onstuimig, dat deze, bang voor haar kapsel, waarop haar hoed al scheef was gaan staan, half lachend, half boos zich trachtte te bevrijden uit de knellende armpjes.

„Nu niet zoo woest, Toos, een beetje kalm. Zul je er aan denken, wat je me beloofd hebt? Als jullie heel lief bent geweest en juf niet te klagen heeft, breng ik van avond mooie bonbons mee. Goed?"

Toos knikte zoo opgewonden met haar hoofdje, dat de bruine, nog wat korte krullen op en neer dansten en smakte al vast met hare lippen.

„Zalig, Moes!"

Sluiten