Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het grijze vijftal keek met ontzag naar het groote, dikke beest, dat hun vader moest zijn en beloofde zoet en gehoorzaam te wezen.

Het kleine Witje keek met hare roode oogjes lachend naar dien grooten snorbaard en wipte lustig met haar staartje op en neer. Beloven deed ze niets.

„Wel Vader, wat zeg je wel van ons dochtertje?" vroeg nu Trilneusje, „heb ik nu te veel van haar gezegd? Is ze geen bizonder kindje? Heb je ooit zoo'n beeldje meer gezien?"

Vader Witstaart zag ook wel, dat zijn dochtertje heel mooi was, maar hij vond het niet verstandig haar dat zoo te zeggen.

7

Sluiten