Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De broertjes huilden nog harder en Witje wist geen raad.

Wat zag ze daar de helling afkomen ?

Wat was dat voor een vreemd, groot beest?

„O, o," jammerde Witborstje, „nu zijn we verloren. Dat moet een mensch zijn. Vader heeft me daarvan verteld. Die zetten de strikken om ons in te vangen. Laten we maken, dat we wegkomen."

En voort vloog hij, gevolgd door zijn broertjes.

Witje keek hen even na met bitterbooze oogjes.

Toen trachtte ze Kleintje moed in te spreken en dacht na.

8

Sluiten