Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Witje volgend kwam hij bij het arme Kleintje, dat zich uit angst weer bewoog en nog wat vaster in den strik kwam.

„Moet ik je kameraadje er uit helpen," lachte de koddebeier, die een goedhartig man en een dierenvriend was, „vooruit dan maar," en voorzichtig stak hij zijn vinger tusschen koperdraad en nek en verwijdde zoo den strik.

Kleintje begreep niet dadelijk, dat de man hem helpen wilde en begon duchtig te krabben.

„Hou je kalm, rakker," bromde de koddebeier, „als dat aardige, witte kereltje het niet zoo gevraagd had, liet ik je

Sluiten