Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

nooit een flinke zeeman worden." Ik zei niet dat ik 't gehoord had, maar ik dacht: „neen, vader, dat zal niet

gebeuren weggaan zonder dat ik er bij ben!" — En

s morgens kwam ik heel vroeg he zoldertrapje af, lang voordat vader klaar was. Ik heb ook heel niet geschreid, en zei aan vader dat ik erg mijn best zou doen om een

flink zeeman te worden zooals hij Vader kuste me,

„ja, als t er op aan komt, dan ben je een echte zeemansjongen, dat zie ik nu wel," zei vader, „zorg .goed voor moeke en Trees, terwijl ik weg ben, hoor Janneman." -— Weet je 't nog, Trees, 't is nu al bijna twee jaar geleden?"

„Zeker, Jan, hernam i reeske, den arm om zijn hals slaande, „en je hebt wat goed je belofte gehouden; — moeke schreef dat aan vader in eiken brief." —

Jan keek nadenkend voor zich; op het vroolijke jongens, gelaat lag plotseling een diep-weemoedige trek.

,,'t Is toch wel hard, Trees, dat onze lieve Heer vader en moeder beiden van ons heeft weggerromen, zoo kort na elkaar!"

Ook de oogen van Treeske vulden zich met tranen, maar neen, ze moest niet toegeven, al was 't haar ook zoo angstig te moede, nu ze naar tante ging; zij moest Jan opvroolijken, zooveel zij kon, haar broertje dat zij o zoo innig liefhad!

„Weet je wel, dat vader en moeder altijd zeiden: „op God vertrouwen, — Hij weet wat 't best voor ons is." Dat zullen we ook doen, nietwaar, Jan. Voor elkaar bidden, elkaar helpen, zoo veel als we kunnen."

„Ik hoop dat we nog een paar dagen samen kunnen blijven, zus!"

Treeske's lief gezichtje betrok bij de gedachte aan het naderende afscheid.

„Ik hoop 't ook, Jan, maar ik twijfel er toch aan. 'tZou misschien niet eens prettig voor je zijn. Tante is heel niet gewend aan kinderen. Maar kom, nu moeten we verder anders wordt het zoo laat."

Moedig stonden ze op, na een half uurtje zagen ze in de verte een torentje. „Zou 't daar zijn, Trees?"

Sluiten