Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wees op den Heiland als de eenige Bron van troost en vrede, op een heerlijk wederzien in 't huis des Vaders. De oogen vulden zich dan dikwijls met tranen, maar die tranen brachten verlichting, en zij smeekte den Heer haar te steunen in den strijd, en de bitterheid jegens tante, die zij zoo dikwijls voelde opkomen, uit haar hart weg te nemen. Toch kende zij ook blijde oogenblikken, wanneer de brievenbesteller het hekje binnenkwam, met een brief voor haar, een brief van Jan, geregeld alle veertien dagen, en soms nog als verrassing een briefkaart tusschenbeide. Hij schreef altijd prettig en vroolijk, iedereen was goed voor hem, zei hij dikwijls. — „Hoe zou 't ook anders kunnen," dacht Treeske, „wie zou niet houden van dien vroolijken, eenvoudigen jongen!"— Dan overviel haar soms een heftig verlangen naar haar broertje, naar zijn vroolijke stem, zijn prettigen lach! hoe zou zij 't op den duur zonder hem uithouden? wie zou er voor zorgen dat ze weer een paar dagen samen waren? — Tante sprak er nooit over. Had zij het soms in haar brieven laten merken? Opeens vraagde Jan: „Trees, heb je wel schik?... . is tante goed voor je, schrijf het me toch, ik wou 't graag weten." En Treeske dacht: „ik moet voorzichtig zijn, anders wordt Jan ongerust." Zij antwoordde: ,,'t is natuurlijk bij tante heel wat stiller dan thuis, toen jij er was om me te plagen, en alles is heel verschillend, maar 't zal best wennen, hoor, je weet ik ben ook geen levenmaakster."

Treeske schreef geregeld aan Jan zondags in den namiddag om de veertien dagen; Tante had zich een paar maal heel scherp geuit over het verkwisten van geld aan postzegels door menschen die alles van anderen moeten hebben, maar hoe bereid Treeske ook was om zooveel mogelijk tante's zin te volgen, met het schrijven aan Jan behoefde tante zich niet te bemoeien, dat was haar zaak, zoo lang zij tante niet om geld voor postzegels behoefde te vragen. Mevrouw van den dominee had haar een aardigen voorraad postzegels ten geschenke gegeven; in een verborgen zakje had zij nog eenige spaarpenningen van moeke, dan den gulden van boer Roesting, dus vooreerst ging

Sluiten