Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„En nu komt ge uw diensten aanbieden? hebt ge zulk een langen weg gemaakt? ge ziet er zoo vermoeid uit?"

„Ik heb een eind met den boer mee mogen rijden, zijn dochter heeft bij u gediend."

„O, dan weet ik wien gij bedoelt, kom maar binnen, we kunnen dan samen eens praten."

Treeske volgde met kloppend hart; nu zou de boerin haar allerlei vragen doen, wat zou zij antwoorden? de waarheid spreken, had de oude man gezegd. Ja, dat zou zij doen, natuurlijk. „Ga zitten," zei de boerin, een opkamertje binnentredend, maar Treeske bleef staan. „Ik heb geen getuigen," sprak zij met bevende stem, „de boer zeide dat ik u toch maar moest vragen, of u het misschien eens met me zou willen probeeren."

Geen getuigen? hebt ge dan niet gediend?"

Treeske herhaalde wat zij ook aan den boer had gezegd; „ik deed al het werk," voegde zij er bij, „ik behoef me over niets te schamen, maar ik kan u niet zeggen waar tante woont,' en waarom ik ben weggegaan, nu niet,

misschien later Och, probeert u het eens met me

ik ben zoo ongelukkig!" en Treeske barstte uit in schreien.

De boerin wist niet wat te antwoorden; het meisje trok haar aan, zij wist zelve niet waarom, diep meelij gevoelde zij met de bedroefde vreemdelinge, doch haar te nemen zelfs op proef, zonder getuigen, zonder te weten van waar zij kwam, of wat er met haar was gebeurd, neen, dat kon, dat mocht zij niet, ook terwille van haar man en kinderen.

„Het spijt me heel erg," zeide zij op deelnemenden toon, „ik zie aan alles dat ge zeer ongelukkig zijt; toch kan ik u onmogelijk in mijn dienst nemen, als ik niets van u afweet. Mijn man zou het stellig niet goed vinden, ik ben al eens meer door mijn medelijden leelijk te pas gekomen, 't Kan niet, wezenlijk niet, al zou ik zelve 't graag eens met u probeeren Wist ik maar iets anders te bedenken maar kom, leg uw pakje neêr, rust een half

uurtje, en drink een paar glazen melk, — dat zal u goed doen," de boerin haalde melk en brood, en liet Treeske toen een poosje alleen.

Sluiten