Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Zoudt ge nog een half uurtje verder kunnen gaan?" vraagde zij bij haar terugkomst.

„O ja," verklaarde Treeske, „ik ben nu heel uitgerust."

„Ik heb met mijn man gesproken, hij keurt mijn plan goed. Als ge nog een eind verder den grooten weg volgt, moet ge het eerste zijpad links inslaan; ge komt dan spoedig aan een boerenhofstede, niet zoo groot als de onze, maar keurig onderhouden, daar wonen mijn schoonouders, beste goede menschen, altijd gereed om anderen te helpen, er zijn geen kinderen meer thuis, en zij zijn reeds op leeftijd. Vraag om de boerin te spreken, en zeg dat de boerin van Zonnehoeve u zendt. Vertel haar alles juist zooals het is; dat zal u bij die lieve oude vrouw misschien makkelijker vallen dan bij mij, maar ge moet dadelijk gaan, anders wordt het donker, en 't is een eenzame weg voor een jong meisje alleen."

Treeske vatte weêr moed, zij bedankte de jonge vrouw hartelijk voor haar groote vriendelijkheid, nam haar bundeltje op en zette den tocht voort naar de hofstede „Ruimzicht". Het uurtje rust had haar verkwikt; zij ging in het eerst met vluggen tred, maar 't duurde niet lang of uitputting en vermoeienis deden zich sterker gevoelen dan te voren, en daarmede ook het angstige besef van hare verlatenheid; bij den zijweg moest zij eenige oogenblikken tegen een boom leunen, het kostte haar moeite om door te gaan.

„Wat -zal ik doen, als men mij niet wil ontvangen?" dacht zij, „ik kan niet verder, 'k zal op den weg neêrvallen," de tranen stroomden langs haar gelaat, de hoop, die haar bij de woorden van de boerin opnieuw had bezield, was nu geheel geweken. De weg duurde zoo lang, — zij had zeker wel meer dan een uur geloopen, 't begon reeds te schemeren! Eindelijk zag zij op eenigen afstand rook uit een schoorsteen opstijgen, en weldra stond zij voor de hofstede „Ruimzicht". Zij sleepte zich als het ware naar de voordeur; een arbeider, die over het erf ging, kwam naar haar toe; „wat moet je?" vraagde hij op ruwen toon.

„De boerin van Zonnehoeve zendt mij," was het stame-

Sluiten