Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

lende antwoord, „ik zou gaarne de boerin van Ruimzicht spreken."

Er behoefde echter niets gevraagd te worden; de boerin had het meisje door het venster zien aankomen; getroffen door het vermoeide uiterlijk, kwam zij zelve naar de voordeur, een statige vrouw, reeds op leeftijd, met vriendelijk en zacht gelaat, wel geschikt om vertrouwen op te wekken in een verslagen hart.

„Wel meisje," sprak zij, „ge zijt een late bezoekster; hebt ge iets te vragen?"

„De boerin van Zonnehoeve heeft me gezegd tot u te gaan," was het bedeesde antwoord; „ik ben zoo ongelukkig .... zij kon mij niet helpen, maar zij zeide dat u mij misschien raad zou willen geven."

„Raad geven,... ja, dat is dikwijls een moeielijke zaak ... in elk geval gaat 't niet aan de voordeur. Kom dus binnen, . leg uw bundeltje maar op deze bank, en doe uw dikken mantel en doek af, want in de kamer is het warm."

Daar zat ook de boer; „wel, wel, wat een late gast," zeide hij met vorschenden blik op het jonge meisje.

„De boerin van Zonnehoeve zendt haar, zij komt raad vragen," vertelde de boerin.

„Dat is makkelijker gezegd dan gedaan," meende de boer, „zij zal er wel bij moeten zitten, dunkt me."

Man en vrouw wisselden een blik, alsof zij tot elkaar wilden zeggen: „wat ziet ze er vermoeid uit! —wat een uitdrukking van droefheid en zorg op dat jonge gelaat."

De boerin schoof een stoel bij den haard; „ziezoo," zeide zij, „kom hier naast me zitten, en vertel ons dan waarom ge zoo ongelukkig zijt." Treeske hief bedeesd de oogen op naar de vriendelijke spreekster; toen welde plotseling een brandend verlangen in haar op om hier 't hart uit te storten. In schreien uitbarstend, riep zij met een door snikken afgebroken, bijna onverstaanbare stem: ,,'k Zal u alles vertellen.... juist zooals het is .... alleen

de waarheid "

't Was een hevige uitbarsting van wanhopige droefheid, na alles wat zij de laaiste dagen had doorgemaakt; het

Sluiten