Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wat vreemd geworden, maar zijn vader kende ik indertijd zooveel te beter. Weet je wat, ik rijd er morgen vroeg heen met de sjees, dan komen we nog beter op de hoogte van alles, en zij hooren tegelijk waar het meisje gebleven is; dat is noodig zoowel voor de tante en de vrienden, als voor Treeske zelve."

„Ja, dat lijkt me ook 't best, ik twijfel er geen oogenblik aan, dat je met goede berichten zult terugkomen."

Zoo was het ook, boer Meertens vertrok vroeg in den morgen; o, hoe verheugd waren allen bij de familie Roesting, toen zij de reden van zijn komst vernamen, Mientje schreide van blijdschap. De predikant had bij zijn namiddagbezoek van de verontwaardigde tante alles gehoord over het plotselinge verdwijnen van Treeske, hij had het aan Treeske's trouwe vrienden medegedeeld, men had onderzoek gedaan aan de halte, in verschillende richtingen, niemand had iets van het meisje gezien of gehoord. Allen verkeerden in groote verslagenheid, en nu plotseling het verblijdende bericht, dat Treeske in zoo goede haven was aangeland!

„Houd het meisje bij je, Meertens," zei boer Roesting, toen de bezoeker hem vertelde dat zijn vrouw er wel eens over dacht een meisje tot hulp voor haar zelve in huis te nemen, „je vrouw kan geen beter, braver meisje hebben dan Treeske, en 't meiske zal bij jullie weer opluiken, zeg maar dat niemand hier iets gelooft van dat briefje, tante heeft zich verteld, of zij heeft 't verlegd." De oude boer ging ook naar den predikant, „wat een geluk dat zij bij jullie is terecht gekomen! ik zal het dadelijk aan haar tante gaan vertellen, al was zij erg verontwaardigd, ik geloof dat zij ook in groote ongerustheid verkeerde, 't Is beter dat ik ga, boer Meertens, zij is erg vreemd en lastig."

Treeske wist niet wat zij hoorde, toen zij in den namiddag uit het veilige rustkamertje te voorschijn kwam. Haar hart vloeide over van dankbare blijdschap, vooral bij het bericht dat zij vooreerst op de hoeve „Ruimzicht" blijven kon.

„Mag ik hier blijven, hier bij u beiden," riep zij opgetogen, „mag ik mag ik ?"

Sluiten