Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Ja, kindlief," antwoordde de vriendelijke boerin glimlachend, „wij zullen het eens met elkaar probeeren, jij met de oude vrouw, ik met het jonge meisje, ik denk wel dat het zal gaan."

Treeske schreide van vreugd, „nu kan ik ook alles aan Jan vertellen," riep zij te midden van haar tranen.

„Welzeker," sprak de boer, „maar volg mijn raad, en vertel aan Jan niet alle bijzonderheden. De jongen zou stellig erg verbitterd worden tegen zijn tante, en dat moet je vermijden. Schrijf hem dat je door een samenloop van omstandigheden hier bent gekomen, dat je hem later wel eens zult vertellen, hoe dat gegaan is, bijvoorbeeld met Paschen, in de Paaschvacantie kan hij wel eens een paar dagen hier komen, nietwaar, moeder?"

„Zeker, zeker, dan leeren we hem ook kennen," was het antwoord der boerin.

Zoo ondervond Treeske de waarheid van Moeke's woorden: „de Heer is onze toevlucht, Hij is nabij overal, altijd!"

HOOFDSTUK VI. Arme tante Trui.

Drie maanden waren verloopen sedert Treeske's vertrek uit tante's woning; tante Trui zou aan niemand verteld hebben, hoezeer zij haar nichtje miste! zoo langzamerhand had Treeske het meeste werk op zich genomen; nu moest tante weêr stoppen, naaien, en haar oogen waren in den laatsten tijd erg verzwakt, „ik moet een sterker bril nemen," dacht zij. Koken moest zij weer, de kasten in orde brengen, zij had het alles aan Treeske overgelaten, wel wetende dat haar nichtje het vlugger en beter deed dan tante

Sluiten