Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

op het vorig bezoek van den boer in Februari. Hoe zij toen ook het oude boek voor zich had gehad, — daarop geld, bankbriefjes, had nageteld en gesorteerd, — bij de komst van den boer het boek haastig in de kast had geborgen, het geld op de tafel had gelegd met iets zwaars er

op, — zeker had zij dit briefje in het boek laten liggen!

Zij had overal gezocht — gezocht op de onmogelijkste plaatsen, 't was haast onbegrijpelijk dat zij niet aan het oude kasboek had gedacht, 't zou zoo natuurlijk zijn geweest ook daarin te kijken! O, haar geheugen.... haar geheugen! en nu, nu stond haar altes helder voor den

geest. Hoe was het mogelijk geweest dat zij dadelijk Treeske had kunnen verdenken!

Wat moest zij nu doen? aan Treeske, aan iedereen zeggen dat zij het briefje gevonden had?.... Neen, neen, dat nooit! door allen uitgelachen worden, — telkens te moeten hooren: „heb ik het je niet gezegd?" — de Roestings weêr gelegenheid geven tot allerlei aanmerkingen ? neen, neen, dat kon zij niet; zij moest de zaak nu maar laten zooals ze was.... Treeske had het goed bij het echtpaar Meertens, en niemand dacht meer aan het verloren briefje. Was het niet al erg genoeg, dat zij de hulp moest missen van haar eigen nichtje!

Daar ging de klopper, tante keek door het venster, de man dien zij verwachtte stond voor de deur, en zij was nu in het geheel niet geschikt om met hem te spreken. Hare knieën knikten, toen zij opstond om hem binnen te laten, zij rilde alsof zij de koorts had; „ik zal't maar kort maken," dacht zij, „en zien wat hij meebrengt."

Eenigszins verlegen deelde de boer haar mede, dat hij niet bij machte was de geheele som te betalen, wel een gedeelte, niet eens de helft.... over drie maanden de rest, hoopte-hij, als de oogst gunstig uitviel.

Er volgden geen heftige woorden de boer zag verwonderd op. „Goed dan, over drie maanden de rest, ga nu maar spoedig heen," en met bevende hand teekende tante Trui de kwitantie. De boer kon zijn ooren niet gelooven; „zou zij ziek worden?" overlegde hij, „dan zijn

Sluiten