Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Treeske maar van nacht heb ik 't haar verteld "

Een gevoel van blijdschap vervulde Treeske's hart; het vermiste bankbriefje was gevonden, en tante had het aan niemand willen zeggen, — dat was dus de oorzaak van

al haar angst en onrust arme, arme tante!

„Ik ben zoo blij, dat het briefje terecht is, tante, hoe geiukkig, nu kunnen we rustig samen blijven, en ik zal voor u zorgen, juist als vroeger."

,,'t Lag in het oude kasboek.... ik heb het niet willen

zeggen .... aan niemand.... dat was zonde groote,

groote zonde.... God zal ze mij niet vergeven.... en Treeske ook niet," gilde tante in haar ijlenden toestand, en 't was alsof zij weêr het bed wilde verlaten, maar lreeske hield haar tegen met zachten drang.

„Treeske weet nu alles, tante," sprak zij met zachte,

bedarende stem, „zij is niets, niets boos boer Roesting

weet het ook, hij heeft me hier gebracht, hij wil u ook zoo gaarne helpen."

„Waar is Roesting ik moet hem ook zeggen, hoe

slecht ik ben geweest nu.... mijn heele leven lang, ook voor Treeske's moeke ...."

In hetzelfde oogenblik stond boer Roesting voor het bed der arme zieke. „Hoor eens, juffrouw Bastings," zeide hij rustig, „wij weten nu allemaal dat je het briefje in 't oude kasboek hebt gevonden, en we zijn er heel blij om,'t was ook moeielijk voor je om 't ons te zeggen, maar je hebt het toch gedaan, doe nu je best om rustig te zijn, Treeske blijft bij je.... dat is heerlijk!"

Tante Trui was teruggezonken in de kussens, de opgewonden bui was nu bedaard, zij lag daar bleek, met gesloten oogen, Treeske's hand in de hare geklemd; — „ik dank je, Treeske, dat je bij me wilt blijven," fluisterde zij.

Boer Roesting verwijderde zich, — „ik zal den dominee vragen eens bij haar te komen," zeide hij zacht to* Treeske, ,,'t zal haar goed doen."

In den namiddag kwam de predikant, en zijn bezoek was, misschien voor het eerst, echt welkom in deze woning, hij sprak van schuld, maar ook van schuldver-

Sluiten