Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Treeske, moet jij gaan slapen op je eigen kamertje, zoo lang je maar kunt, 't is 't best dat jij 's nachts bij tante blijft, dat heeft zij 't liefst. Mocht tante naar je verlangen, dan roepen wij je dadelijk, dus ga rustig liggen, hoor!"

„Mijn vrouw zorgt voor eten," riep hij haar nog toe, „tante wil ook graag den predikant en den notaris nog even bij zich hebben, wij zorgen voor alles."

Nauwelijks was de boerin in huis, of Treeske ging naar boven; eerst drukte zij een zoen op tante's bleek gelaat, nu stil en vredig, alsof de strijd was weggenomen.

„Ga je nu rusten, mijn kind?" vraagde zij zoo teeder, dat Treeske tot schreiens toe werd bewogen.

Eerst in den vroegen avond ontwaakte Treeske na een langen verkwikkenden slaap; zij had niets gehoord van de verschillende bemoeiingen in tante's slaap- en huiskamer, notaris en predikant waren weder vertrokken, en Treeske vond tante wel erg zwak en moe, maar met een uitdrukking op het gelaat die er nooit op had gezeteld, en van innerlijken vrede getuigde.

„Ik ben blij dat ik je weêr zie, Treeske," fluisterde zij, „groet Jan ook heel, heel hartelijk van me."

„Ik heb juist een briefkaart van Jan gekregen.... zal ik ze u voorlezen, tante?"

De zieke knikte van ja, en Treeske las:

Beste Zus.

Wim Roesting schreef me dat tante ziek is en heel zwak, ik ben toch zoo blij dat je dadelijk gegaan bent om haar op te passen.

Je blijft nu zeker weer bij tante, want zoo alleen is toch niet goed. Ik hoop maar dat tante gauw beter zal zijn, dan mag ik zeker wel een dagje overkomen. Heel veel groeten aan tante, dag zus, schrijf me gauw hoe het gaat.

Je liefh. broer Jan."

Onder het voorlezen vloeiden tranen langs tante's gelaat .... „ik heb mezelve van veel liefde beroofd...." fluisterde zij, „veel geleden .... door eigen schuld .... God

Sluiten