Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

is genadig geweest geef me nog een zoen, Treeske."

De nacht ging rustig voorbij; af en toe bewogen zich de lippen tot eenige bijna onverstaanbare woorden

„het mooie lied " verstond Treeske eens met moeite,

zij herhaalde het gezangvers dat van verzoening en vrede

sprak, — tante vouwde de handen als in het gebed

„ja, vergeving om Jezus' wil," fluisterde zij dat

waren hare laatste woorden, nog eenmaal openden zich de oogen met een blik vol liefde op Treeske, toen bleven ook deze gesloten. In den vroegen morgen kwamen Roesting en zijne vrouw, zij zagen dat het einde nabij was, en zetten zich bij Treeske naast het bed der stervende .... het lijden was geëindigd .... de strijd volstreden.... onder stil gebed van het drietal ontvlood de ziel het sterfelijke omhulsel, het huis des Vaders te gemoet met de vele woningen, waar ook voor haar, de berouwhebbende, plaats was bereid.

Jan kwam over voorde begrafenis; hij bracht met Treeske nog een laatsten groet aan tante op den morgen toen zij uit hare woning zou worden weggedragen naar de stille rustplaats van Gods dooden. Zielevrede en de ruste des doods hadden hun liefelijken stempel gedrukt op het vermagerde gelaat, en Jan was er diep door getroffen. „Ik had nooit gedacht," zeide hij in vertrouwen tot Wim Roesting, „dat tante er zoo kon uitzien, — 't was een heel ander gezicht!"

Na de begrafenis deelde de notaris mede, hoe tante Trui in de laatste dagen haars levens nog voor allen had gezorgd, voor de armen, voor Bram en Griet, voor Jan, maar bovenal voor Treeske, die in haar verdere levensjaren van niemand behoefde afhankelijk te zijn. Oom en tante Meertens waren ook tegenwoordig op den dag der begrafenis; „ik mag toch bij u blijven, tante," smeekte Treeske, „en voor u werken?" Een liefdevolle omhelzing overtuigde Treeske dat de vriendelijke oude vrouw, haar troosteres in bange uren, niets liever wenschte, dan het nieuwe nichtje bij zich in huis te hebben.

Sluiten