Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ten slotte volgen hier de opschriften der hoofdstukken, waarin de Inleiding tot de wet E. O. (Alg. Begins. van Rechtspraak, enz.), is verdeeld:

I. Wat is rechtspraak?

II. Eigenlijke en oneigenlijke rechtspraak.

III. De rechterlijke competentie berust op wettelijke opdracht. IY. De rechter geeft geen adviezen.

V. De Nederlandsche wet maakt een buitenlandschen rechter

niet competent.

VI. Gezag van gewijsde der beslissing over 's rechters com¬

petentie.

VII. Gevolgen van 's rechters incompetentie en van vernietiging

eener incompetentverklaring.

VIII. Gedeeltelijke incompetentie.

IX. Niet-ontvankelijkheid tegenover incompetentie.

X. Concurreerende competentie.

XI. Accessoire vorderingen. — Competentie en appellabiliteit.

XII. Competentie en appellabiliteit bij de voortzetting eener

niet ten volle beëindigde vroegere procedure.

XIII. Incidenten. — Incidenteele vonnissen. — Incidenteele

vorderingen. — Competentie en appellabiliteit.

XIV. Incidenteele en praejudicieele geschilpunten. — Hun in¬

vloed op de competentie.

XV. Taak van den competenten rechter ten opzichte der

incidenteele en praejudicieele geschilpunten. Zijn veihouding daarbij tot het administratief gezag. Gebondenheid van den rechter aan beslissingen van anderen.

Sluiten