Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

41 c. Het loodsreglement (toen art. 123 K. B. 5 Juli 1835 Stbl. 21, zie nu art. 83 K. B. 22 Jan. 1902 Stbl. 5) bepalend dat geschillen over loodsgelden (nu schadeloosstelling der loodsen) zooveel mogelijk door tusschenkomst van Inspecteurs of Commissarissen bij minnelijke schikkingen worden uit den weg geruimd, kan niet gezegd worden aan deze ambtenaren een rechterlijke uitspraak te hebben opgedragen. Zij geven slechts een administratieve beslissing. Zoo Rb. Alkmaar 10 Febr. 1842, Pasicrisie Alphab. Gedeelte III i. v. Loodsdienst no. 3. Bij dit vonnis vgl. hierna op art. 1 R. O. sub G no. 28.

§ 3.

5. Over de vraag of als rechtspraak moet beschouwd de partijen binnende uitlegging hunner overeenkomst hierna op art. 1 R. O. sub G no. 27.

§ *

O. Over de vraag of als rechtspraak moet beschouwd de partijen bindende beslissing omtrent feiten voor hen van belang vgl. hierna op art. 1 R. O. sub G no. 30—34.

§ 5.

9. In verband met de leer van Laband, v. Idsinga (hiervóór sub no. 1 geciteerd) en andere schrijvers, dat het wezen deirechtspraak bestaat in de beslissing, of aan (respektievelijk tegen) partij de beschikking over de staatsmacht zal worden gegeven, — staat de vraag of een zg. sententici declarcitoria, toelaatbaar is. Zie de jurisprudentie en litteratuur hierover bij Léon—v. Rossem sub no. 25 op art. 59 Rv. (met de supplementen) alsmede bij G. Parser, Het declaratoir vonnis (diss. Amst. 1903), waarover Molengraaff in R. Mag. 24 (1905) p. 216—226 en A. P. Th. Eyssell in Themis 1904 p. 597—616; vgl. ook Faure Proc.recht 3e ed. II p. 189—191 jo I p. 247.

Sluiten