Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

O. M. vóór gemeld arrest H. R. van 1905 wordt de opdracht der benoeming aan een Kantonrechter op één lijn gesteld met die aan een partikulier, daar beide kunnen weigeren. Dit kan intusschen slechts opgaan als de opdracht niet bedoeld is aan den rechter als zoodanig, doch in privé, in welk geval zij echter geschiedt aan een partikulier. Immers de rechter als zoodanig kan niet alleen, doch moet weigeren volgens het beginsel in

no. 1 hiervoor vermeld.

In overeenstemming met dit beginsel, dat ten grondslag ïg aan de meerderheid der voorafgaande beslissingen, oordeelde Ktg. Appingadam 24 Dec. 1869 W. 3180 den Kantonrechter onbevoegd tot het opmaken eener akte van de verklaring, die volgens de statuten eener brandverzekeringsmaatschappij, onmiddellijk na den brand, door den verzekerde voor dien rechter zou moeten worden afgelegd. - In gelijken geest ten opzichte van het afnemen van een ambtseed implicite Rb. Utrecht 10 Januari 1855 W. 1618, R. Bijbl. 1855 p. 52, Rspr. 49 § 90.

4. Tegen een vordering tot ontbinding van een contiact, ingesteld op grond der bepaling van dit contract dat de eene partij in zeker geval ontbinding mocht vorderen voor den rechter, werd beweerd dat bij contract buiten de wet om zulke ontbinding niet kon opgedragen aan den rechter, die dus zich incompetent, althans eischer niet-ontvankelijk moest verklaren. Beide excepties werden verworpen door Rb. Haarlem 27 April 1897 W. 6969, P. v. J. 1897 no. 46, welk vonnis implicite hier geen opdracht van voluntaire jurisdiktie aanwezig achtte, doch een geschil over eischers recht op ontbinding, te beslissen naai de bepalingen van het contract. Vgl. hierbij hiervóór II no. 3 6.

5. Vgl. Faure, Procesrecht I, 3e ed. p. 94; de Bosch Kemper, Handleiding Ned. Staatsrecht (1865) p. 353 en 793.

e. Naar aanleiding der sub no. 3 vermelde beslissingen Rb. Zierikzee en Hof 'sGrav. van 1887, rijst de vraag of een wettelijk voorschrift, niet afkomstig van het Rijksgezag, aan de rechterlijke macht eenige funktie kan opdragen anders dan krachtens speciale bepaling der Rijkswet. Rb. Zierikzee voormeld antwoordde hierop

Sluiten