Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zie over de vraag of de uitspraak, hetzij van de gewone rechterlijke macht, hetzij van het administratiefrechterlijk gezag, omtrent eigen competentie wederzijds moet geërbiedigd, Wach Handb. Civ. proc.r. I p. 100—101 met nt. 64 en Chauveau— Adolphe geciteerd hierna sub no. 10. — Ygl. in het algemeen over de vraag naar het bindend gezag eener uitspraak van den burgerlijken rechter voor den administratieven, en omgekeerd, alsmede voor den strafrechter sub Alg. Begins. XV.

§ 5.

ÏO. Voor zoover bij de eigenlijke rechtspraak aan een beslissing over eigen competentie, ook stilzwijgend genomen, gezag van gewijsde toekomt, volgt hieruit dat in een later geding niet met vrucht kan beweerd dat de vroegere rechter incompetent was en daarom zijn vonnis, ook wat de materieele beslissing betreft, geen gezag van gewijsde zou hebben. Ygl. J. W. Planck, Lehrb. des deutschen Civ. proc.r. I (1887) § 23 p. 90: Durch die Rechtskraft des Urtheils wird jeder Mangel der Zustandigkeit geheilt. In gelijken zin Huc, Comment. théor. et pratique du C. C. t. 8 (1895), no. 332 p. 428, en Laferrière, Traité de la juridict. admin., Ie éd. I (1887) p. 458 v. o., waarbij vgl. O. v. Sarwey, Das öffentl. Recht etc. (1880) p. 674—676. Ygl. ook Schanze in Zeitschrift für die gesammte Strafrechtswissenschaft IV (1884) p. 463—465. De Franschen zeggen vaak: ook het vonnis van den incompetenten rechter heeft gezag van gewijsde. Zoo Lacoste, De la chose jugée, 2e éd. (1904) no. 123—125, die verschillende arresten citeert van het Fransche Hof van Cass., laatstelijk dat van 22 Mei 1900, Sirey 1900 I, 368. Zoo ook Dalloz, Répert. i. v. Chose jugée no. 100, j°. Suppl. no. 58 en 59, alsmede Chauveau—Adolphe, Principes de Compétence et de juridict. administr. I (1841) p. 242—246 j. III (1844) p. 657—658. Hun wijze van voorstelling schijnt echter inkorrekt: als ingevolge het gezag van gewijsde, naar de competentie geen onderzoek meer kan gedaan (behoudens wettelijke voorziening: jurisdiktiegeschil), kan (met gelijk voorbe-

Léuk : Hecht.sprauk, 3e Druk. Deel II, afl. 1. 2

(Mr. L. van Praao, Recht. Org.)

Sluiten