Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

niet-nakoming eener wederkeerige overeenkomst wordt geïndividualiseerd door de speciale niet-nakoming, die haar oorzaak is. Ygl. ook AVach, Civ. Proc.recht I p. 296.

5. b. Een vordering tot betaling van verschillende posten, ieder beneden de f 200, doch op sommige waarvan art. 38 no. 2 R. O. toepasselijk werd geacht, is wegens betwisting van den rechtstitel dezer laatste posten, gesplitst, en slechts voor den anderen post ter competentie van den Kantonrechter geacht door Rb. Amersfoort 13 Jan. 1875 W. 3905.

6. c. Insgelijks werd door Rb. Gron. 5 F'ebr. 1875 W. 3972, R. B. 1876 A p. 96 gesplitst een voor de Rb. ingestelde vordering tot vergoeding van kosten door eischer betaald voor het schutten van lammeren van gedaagde en tot vergoeding der schade door die lammeren veroorzaakt aan het land van eischer, als een samenkoppeling van twee vorderingen, waarvan de laatste krachtens art. 39 R. O. ter competentie van den Kantonrechter stond. Daarentegen werd een vordering tot vergoeding van schade toegebracht aan land door éénzelfde feit, welke vordering echter deels wèl, deels niet, werd geacht te vallen onder art. 39 R. O., in haar geheel geoordeeld ter competentie der Rb. te staan door Rb. 's Hertog. 29 Mei 1896 W. 6859 (met verbetering in W. 6862 p. 4). Het beginsel van dit laatste vonnis werd implicite ook gehuldigd, voor het geval mocht zijn ingesteld een vordering tot vergoeding van schade toegebracht door éénzelfde feit deels aan land, deels anderszins, door Rb. Roermond 14 April 1898 W. 7178, P. v. J. 1898 no. 85.

ï. d. Een vordering van een eigenaar, steunend op geëindigde huur, en strekkende zoowel tot ontruiming als tot wegruiming van het op eischers grond gebouwde (amotie), werd gesplitst, en voor de ontruiming ter competentie van den Kantonrechter krachtens art. 41 R. O., voor de amotie ter competentie der Rb. geacht, — door Rb. Zutph. 31 Mei 1900 P. v. J. 1900 no. 59 p. 3. Anders echter in appèl, waarbij dit vonnis werd vernietigd, Hof Arnhem 6 Febr. 1901 "W. 7626. Dit arrest nam aan dat de Rb. ten onrechte hier twee vorderingen aanwezig achtte, terwijl inderdaad slechts

Sluiten