Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zou zijn ingesteld één vordering, gegrond op eischers eigendomsrecht, waarvoor de Rb. competent was (als zijnde deze vordering van onbepaalde waarde, zegt het arrest, aldus een motief aanvoerend dat, nu het gold de vraag of art. 41 R. O. toepasselijk was, niet afdeed, zie het arrest ook op gemeld art.).

8. Evenals voor Rb. Zutph. en Hof Arnhem, beide sub no. 7 vermeld, kwam de vraag of een vordering tot ontruiming èn tot wegruiming mag worden gesplitst, ter sprake voor Hof Geld. 25 Juni 1851 W. 1311. Dit arrest nam aan dat de toen ingestelde vordering was persoonlijk wat betreft de ontbinding van het pachtcontract en de ontruiming, — doch zakelijk voor de amotie. Toch mocht, meende het Hof, de vordering tot amotie niet worden gescheiden van die tot ontbinding en ontruiming, wat onrechtskundig werd geacht, zoodat de Rb. competent werd geoordeeld voor de geheele vordering. Op dit laatste punt eveneens in cassatie (deze verwerpend) H. R. 2 April 1852 W. 1323, R.spr. 41 §50,v. d. Hon. B. R. 14 p. 243, nader te vermelden op art. 42 R.. O. Zoo werd ook voor de vordering tot ontruiming met amotie in haar geheel, de Rb. competent geacht door Rb. Utr. 26 Jan. 1870 W. 3240, R. B. 1871 p. 414, met redeneering uit het exceptioneel karakter der rechtsmacht van den Kantonrechter. Evenals dit vonnis ook in cassatie daarvan H. R. 30 Dec. 1870 W. 3301, R.spr. 96 § 36, v. d. Iïon. B. R. 35 p. 315, nader te vermelden op art. 41 R. O. Insgelijks werd in zulk een geval de Rb. competent geacht voor de geheele vordering door Hof Amst. 28 Dec. 1883 W. 5011, met overweging dat de ingestelde vordering tot ontruiming, amotie en schadevergoeding geen cumulatie van verschillende vorderingen bevatte, zie dit arrest nader op art. 41 R. O. Mede voor competentie der Rb. voor de geheele vordering in zulk geval Rb. Amst. 15 Jan. 1867 W. 2897 en Ktg. Tiel 7 Juli 1880 W. 4682.

Omtrent het al dan niet zakelijk karakter der vordering tot amotie in verband met de vraag of ze kan worden begrepen onder ontruiming, casu quo ook onder schadevergoeding, zie de jurisprudentie hierover nader op te nemen op artt. 38, 39, 41 en 42 R. O.

Sluiten