Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de waarde der vordering, ook aangenomen door art. 23 der Belgische wet van 25 Maart 1876, en wordt voor die vraag ook onder onze wetgeving verdedigd door F. J. G. v. Tricht in Themis 1895 p. 252—262 (speciaal p. 256—259). Zie echter tegen dit kenmerk in het algemeen v. Bon. Faure in R. Mag. 13 (1894) p. 208—210, 215—216, en speciaal voor zoover het de waarde der vordering geldt, 1.1. p. 211. Ygl. hierbij ook "Wach Civ. Proc. Recht I p. 35 nt. 5, p. 36—37; Gaupp—Stein, geciteerd hiervóór sub no. 2, p. 568—569; verder Faure Proc.recht II, 4e ed. p. 29. — Over den invloed der waarde van de vordering op competentie en appellabiliteit bij cumulatie (objektieve en subjektieve), zie hierna vóór art. 38 R. O. Op dit punt geven de speciale wetsbepalingen, die de waarde der vordering tot maatstaf aannemen, den doorslag.

11. Voor de zooeven sub no. 10 vermelde vraag wanneer er één vordering is ingesteld, wanneer meerdere, vgl. ook Rb. Breda 8 Jan. 1901 W. 7560, aannemend dat het laatste plaats heeft, en dat er dan is deels een zakelijke, deels een persoonlijke vordering, waar gevraagd is eigendomsverklaring èn schadevergoeding wegens vóór jaren gepleegden inbreuk op eischers (toenmalig) eigendomsrecht. Ygl. hierbij Gaupp—Stein, geciteerd sub no. 2 p. 36 met nt. 9. — In dezelfde aangelegenheid, waarop het zooeven vermelde vonnis van 1901 betrekking had, werd, nadat later gevorderd was eigendomsverklaring èn tijdens den inbreuk èn sinds dien tot de dagvaarding, met schadevergoeding, deze vordering als één zakelijke aangemerkt door Rb. Breda 16 Juni 1903 W. 7989, bevestigd door Hof 's Hertog. 29 Nov. 1904 W. 8157. Ygl. Alg. Begins. XI no. 13.

12. Ook ten opzichte van termijnvorderingen, waarbij tevens was gevraagd erkenning van het recht op alle termijnen, rees de vraag: één of meer vorderingen, in den laatsten zin beantwoord door Rb. Breda 16 Febr. 1875 W. 3852, alsmede door Hof N.-Holl. 26 Juni 1856 W. 1764, R.spr. 54 § 63, R. B. 1857 p. 257. Dit arrest splitste de vordering in een gedeelte ter competentie der Rechtbank, nl. wat betreft de gevraagde rechtsver-

Sluiten